maandag 26 april 2010

Nizno



Okee, twee blogs op één dag is niet normaal. Ik ga er ook geen gewoonte van maken maar nu moet het even.
Ik zit in mijn bed, met de laptop op mijn schoot. Er staat muziek aan. Pop en rock liedjes. Met oortjes. Ik heb geen zin in mooie zinnen maken. Er zullen vast fouten in zitten. Elke zin begint met het onderwerp, dan komt de persoonsvorm en misschien nog iets meer. Genoeg hierover.

Ik zit in mijn bed, met de laptop op mijn schoot. Ik heb geen idee waarom ik een blog begin te schrijven. Ik denk dat ik veel inspiratie heb. Niet dus.
Maar het is ook zonde om nu op het rode kruisje te drukken. Al die moeite voor niks. Maar ik ga het nu ook nog niet publiceren. Er moet wel iets nuttigs in staan.
Ik denk na.

Ik heb gehockeyd dit weekend. Jemig, de spellingscontrole van Google Chrome kent gehockeyd niet eens. Of is het gehockeyt? Nee, dat kent ie ook niet. Raar ding.

Ondertussen bedenk ik een titel, ik heb ook een Donald Duck gelezen waarin de nichtjes van Katrien, Lizzy, Juultje en Babetje, bij de Roodkapjes een nieuw wachtwoord hebben. ONZIN staat er op het briefje, maar dat kun je zo omdraaien, dat het lijkt alsof er gewoon Nizno staat, wat een onzin-nizno-woord is. De titel is al bedacht.
Nu de rest nog.

Het ziet er al best vol uit. Al vier alinea's. Ik ben tevreden. Ik ga slapen. Of nee, ik was aan het vertellen over hockey dit weekend.

Fruuuuut. Begonnen.

Nee. Ik zet even een ander liedje op, en opeens is Google Chrome verdwenen. Gelukkig is er altijd de geschiedenis, en de automatisch opgeslagen concepten.
Hoe vaak kan je een verhaal beginnen en onderbroken worden?

Fruuuuut. Begonnen.
Het komt er op neer dat we voor rust met 2-0 voor staan en uiteindelijk met 2-3 verliezen. Helaas. Geen kampioen dit seizoen.

En nu ga ik echt slapen. Truste!

Stuggerling

Ik denk na. Over van alles. Ik kan niet normaal meer denken. Ik stuggerle met mezelf. Ik zoek alleen het echte woord. Maar dat weet ik niet meer. Ik denk na. Over van alles, en nog wat. Alleen weet ik niet meer wat. Ik stuggerle met mezelf. En weer zoek ik het echte woord. En weer weet ik het niet. Ik worstel met mezelf. Eindelijk begrijp ik wat ik bedoel. Maar wat was het Engelse woord. Ik ben een stuggerling. Dat woord heb ik net even bedacht. Ik vind dat het wel een nominatie voor het woord van het jaar 2010 waard is. Of voor 2011. Maar nog weet ik het echte woord niet. In de tussentijd ben ik wel geniaal bezig geweest. Ik heb namelijk een nieuw woord bedacht. Een stuggerling. Iemand die worstelt, en dan vooral met zichzelf. To proceed with difficulty or with great effort. Dat is de Engelse omschrijving. Maar het Engelse woord? Vraag me niet wat het is.
Nu zou mijn broertje expres vragen, wat is dat?

Sukkel

IK WEET HET.
I am struggling with myself. Geen idee of het correct Engels is. Daar gaat het ook niet om. Ik weet het woord dat ik zocht en ik ben blij.

vrijdag 23 april 2010

Teveel vragen.

Goh, eigenlijk ben ik wel heel erg benieuwd óf, en zo ja, wie mijn blogs gaan lezen?
Ik ben hier nog geen week, en eigenlijk bevalt dit bloggen me wel. Maar waar moet je over gaan vertellen? Muziek? Jezelf, en je hobby's? Of iets anders? Tot nu toe heb ik alleen nog maar verteld over wat er gebeurd is. Vroeger of nu. Maar wat zijn nou echte interessante berichten, die mensen blijven lezen? Ideeën misschien?
Ik merk nu pas dat deze blog over totaal iets anders gaat dan tot nu toe het geval is geweest. En dat ik veel te veel vragen stel, waarop ik zelf het antwoord niet eens weet.
Misschien moet ik vragen gaan stellen waarop ik het antwoord wél weet. Hoeveel is één plus één? Twee. Of vijf. Of één. Of een raampje. Of elf. En weer weet ik het antwoord niet. Natuurlijk weet ik wel dat het twee moet zijn, maar wie heeft dat eigenlijk bepaald? Het klinkt voor mij logischer dat één en één elf is. Weet er iemand een vraag waarover over het antwoord niet te discussiëren valt? Of die niet tot verdere vragen leidt?
Nee.
Eigenlijk weet ik dít antwoord wel. Niemand weet dat. Zulke vragen bestaan niet. Toch?

woensdag 21 april 2010

Kipkluifjes

Gisteravond aten we kipkluifjes, mijn lekkerste lievelingseten. Ik heb als eerste mijn bord leeg. In het pak zitten er acht, twee voor iedereen en dan is er nog eentje over. Meteen zodra ik de eerste op heb, pak ik de volgende. Mijn moeder kijkt me aan alsof ik een maniak ben. Dat ben ik niet. Ik vind het alleen maar lekker.
Terwijl ik mijn tweede kipkluif eet, laat mijn broertje een boer. Niemand gaat er verder op in, wat hij natuurlijk erg jammer vindt. Ik eet ook gewoon rustig door. Er is nog één kipkluifje over, en het gaat tussen mijn broertje en mij. Hij zegt: "Lisa, ik eet eerst een stuk en dan krijg jij de rest." Vooruit dan maar. Hij neemt drie grote happen en geeft hem vervolgens aan mij. Het lekkerste is er al vanaf, maar ach, dit is ook nog best lekker.
Thuis heb ik de eer om altijd af te ruimen, dus gister niet anders. Ik pak de borden, het bestek en de pannen en breng het naar de keuken. Ik laat bijna, het bottenbordje vallen, een lepel op mijn teen en een mes in mijn voet. Niks ernstigs, het gebeurt namelijk niet. Mijn moeder vraagt wat er is, als ik uiteindelijk de appelmoespotdeksel wel laat vallen. Is er iets op school niet goed? Nee, niet specifiek iets. Cijfers vallen af en toe een beetje tegen maar dat heeft toch elke vierdeklasser? Vandaag was wel anders, anders dan anders, maar ik weet niet precies wat voor soort anders. Eenzamer? Vrolijker? Toch je cijfers?
Hoe dan ook, nadat ik de deksel heb laten vallen, pak ik de toetjesbakjes, de yoghurt en de vla. De lepeltjes vergeet ik. Dan komt mijn vader met een hele fijne opmerking: "Hoe moet ik dit gaan eten?" "Drinken", is mijn broertjes' antwoord. Ik sjok naar de keuken, pak vier toetjeslepeltjes en geef ze. Ik schenk yoghurt en vla in, en begin te eten. Bij de tweede hap gaat het al mis. Knoeien. Mijn broertje lacht me opnieuw uit. Fijn, die broertjes. En opnieuw vraagt mijn moeder wat er is.
Ik weet het niet.

dinsdag 20 april 2010

GOOGLE


Ik zit in de klas, tijdens een oersaaie les Frans. Bonjour, ça va? Ça va. Ik zit te denken aan mijn vakantie in Frankrijk vorig jaar, wat niet heel gek ik voor dat moment. Ik zie mezelf zitten in het zwembad, met een zonnebril op mijn hoofd en een iPhone in mijn hand, ik surf op internet. En opeens komt er onverwacht GOOGLE in mijn scherm te staan. Ik probeer het weg te klikken, maar terwijl ik dat doe, springt mijn broertje van de duikplank, en zijn mijn zonnebril, mijn iPhone en ik kletsnat. Alles werkt nog prima, maar mijn moeder is toch boos op mijn broertje, wat ik niet echt begrijp. Ik ga bombermannen, wat ik wel vaker doe als ik me verveel. En weer komt er GOOGLE te staan. Ik loop naar de eigenaar van de camping en vraag of er misschien een storing is, in mijn beste Frans. Stotterend lukt het, en de man begrijpt het. Non, il n'y a pas une ingérence. Merci.
Ik loop terug naar het zwembad en waag het deze keer niet om ín het zwembad te gaan liggen, in verband met gevaarlijke broertjes. Ik pak een ligstoel, mijn iPhone en begin opnieuw te bombermannen, level 5. GOOGLE. Nee he, alweer. Ik laat het nu maar zitten, volgende keer beter. Ik doe mij slippers uit en ren naar het zwembad waar mijn broertje op de rand een Franse Autovisie zit te lezen. Kletsnat.
Ik heb hem teruggepakt.